Kijk je naar het hoogste niveau, dan valt één ding op aan de scheenbeschermers van profvoetballers: ze zijn klein. Vaak niet veel groter dan een pak speelkaarten, en ze verdwijnen volledig onder de kous. Welk merk een speler draagt is van de tribune niet te zien. Dat gaan we hier dus ook niet beweren. Het formaat is wel zichtbaar, en dat is precies de keuze die jij ook kunt maken.
Wat de spelregels wel en niet voorschrijven
Veel spelers denken dat er een minimummaat bestaat. Dat is niet zo. De spelregels stellen drie eisen aan je scheenbeschermers en de maat staat daar niet bij.
- Ze worden volledig bedekt door je kousen.
- Ze zijn van geschikt materiaal, bijvoorbeeld rubber of kunststof.
- Ze bieden een redelijke mate van bescherming.
Zolang je daaraan voldoet, ben je vrij in wat je kiest. De volledige uitleg staat in ons artikel over of scheenbeschermers verplicht zijn bij voetbal. Daar lees je ook waar de scheidsrechter bij de controle op let.
Waarom klein en licht de norm werd
Als de regels geen maat voorschrijven, kies je op gevoel. En dan wint het model dat je het minst merkt.
Een grote, stugge scheenbeschermer zit breed om je onderbeen. Hij duwt tegen de bovenkant van je schoen en hij beweegt niet mee met je kuit. Draai je scherp, dan schuift hij weg. Je bent er tijdens de wedstrijd mee bezig, en dat is precies wat je niet wilt.
Een compact model doet dat niet. Het volgt de contour van je scheenbeen, het laat je enkel vrij en je voelt het nauwelijks. Bij een sprint, een scherpe draai of een dribbel blijft je been gewoon je been. Dat is de reden dat je op elk niveau steeds kleinere modellen ziet, en niet alleen bij de profs.
Welke maat kies jij dan?
Wij voeren de Prostec mini scheenbeschermers in twee formaten, allebei in zwart en allebei anatomisch gevormd.
- S, 8 bij 5 cm. Voor jeugdspelers en kleinere volwassenen. Dit is de kleinste die we voeren, voor wie zo min mogelijk aan het been wil voelen.
- M, 10 bij 6 cm. Voor oudere jeugd en volwassenen. Meer dekking en nog steeds licht.
Zit je tussen twee maten in, kies dan de grootste voor wat extra dekking. Ga je van een groot model over op een klein model, houd er dan rekening mee dat het even wennen is. Je voelt er letterlijk minder van, en dat voelt de eerste wedstrijd vreemd.
Eén ding blijft staan, hoe klein je ook gaat: je bescherming moet volledig onder je kous verdwijnen. Steekt er een rand uit, dan mag de scheidsrechter je terugsturen.
Zo blijft een kleine scheenbeschermer op zijn plek
Hoe kleiner de beschermer, hoe minder je kous hem vasthoudt. Zonder iets eromheen kan hij draaien of wegzakken. Halverwege de tweede helft zit hij dan naast je scheenbeen in plaats van erop.
Er zijn twee manieren om dat op te lossen. De eerste is een scheenbeschermer sleeve. Die schuif je over je onderbeen en je plaatst je bescherming in het vak, waarna er niets meer verschuift. Kies op kuitomtrek, gemeten op het breedste punt: S onder 33 cm, M van 33 tot 38 cm, L boven 38 cm.
De tweede is de Prostec guard stays, bandjes met een siliconen antislip laag die je beschermer vastzetten. Verkrijgbaar in wit, zwart, blauw en rood, dus je kunt de kleur van je tenue aanhouden.
Wil je helemaal geen losse onderdelen, dan zijn er de ingebouwde scheenbeschermers. Daar zit de beschermer in een vast vak, dus er is geen tape en geen bandje nodig.
De rest van je uitrusting onder je kous
Een kleine scheenbeschermer is meestal onderdeel van een groter geheel. Wat je op het veld ziet is vaak dezelfde combinatie: een gripsok, een sleeve in clubkleur eroverheen en een compacte beschermer ertussen.
Prostec gripsokken hebben rubberen grip badges aan de onderzijde die het schuiven van je voet in de schoen verminderen. Ze zijn er in maat Kinderen 35 tot 39 en Volwassen 40 tot 46, in zes kleuren.
Daaroverheen gaat een sock sleeve in de kleur van je club. Dat is een voetbalsok zonder voet, met een afgewerkte rand die niet rafelt. Veel spelers knippen daar hun clubsok voor open, en hoe dat werkt lees je in ons artikel over voetbalsokken afknippen.
Het hele aanbod staat in de scheenbeschermers collectie. Designed to Perform.
Veelgestelde vragen
Welke scheenbeschermers dragen profvoetballers?
Op het hoogste niveau zie je vooral kleine, lichte scheenbeschermers die volledig onder de kous verdwijnen. Welk merk een speler draagt is van buitenaf niet te zien, maar het formaat is dat wel. De spelregels schrijven geen minimummaat voor, dus je mag dezelfde keuze maken.
Hoe klein mag een scheenbeschermer zijn?
De spelregels noemen geen minimummaat. De eisen zijn dat je bescherming van geschikt materiaal is, een redelijke mate van bescherming biedt en volledig onder je kousen zit. Ook een klein model kan daaraan voldoen; de scheidsrechter heeft het laatste woord.
Waarom dragen voetballers zulke kleine scheenbeschermers?
Omdat je ze nauwelijks voelt. Een groot, stug model duwt tegen je schoen en schuift weg bij een scherpe draai. Daardoor ben je er tijdens de wedstrijd mee bezig. Een compact model volgt de contour van je scheenbeen en laat je enkel vrij.
Blijven mini scheenbeschermers wel op hun plek?
Los onder je kous kunnen ze draaien. Zet ze daarom vast met een scheenbeschermer sleeve of met guard stays. Wil je geen losse onderdelen, kies dan een sleeve waar de beschermer al in een vast vak zit verwerkt.
Mag ik mini scheenbeschermers dragen in een competitiewedstrijd?
Ja. Er is geen minimummaat in de spelregels. Mini scheenbeschermers zijn dus toegestaan, zolang ze van geschikt materiaal zijn en volledig door je kousen bedekt worden. De scheidsrechter controleert daarop en heeft het laatste woord.



Share:
Gripsokken wassen: zo blijft de grip laag intact